Er was eens een man die treinenbouwer was. Zijn naam was Pol en hij was een zeer geliefd man door iedereen. Pol bouwde iedere de dag de meest mooie treinen die je maar kon bedenken. De gekleurde treinen met verschillende wagonnetjes, maar ook hypermoderne treinen met toiletten, luxe banken en zelfs met een restaurant erin. Hij bouwde lange goederentreinen uit één stuk, maar soms ook locomotieven. En ooit had hij zelfs ook een trein voor de koning gebouwd. Een lange trein met één superlange wagon met gouden randjes rond de ramen en een rode loper langs de banken. De koning was er erg blij mee. Op die koninklijke trein was Pol dan ook wel het meest trots.

Op een dag kreeg Pol de uitnodiging om bij de koning op bezoek te gaan. ‘Ik wil meer van jouw treinen,’ zei de koning meteen. ‘Mooie treinen, met zoveel mogelijk goud als je maar vinden kunt. En natuurlijk voor iedere reis een nieuwe. Jij wordt mijn officiële koninklijke trein-opsteller.’ Pol vond de koning wel een beetje veeleisend, maar hij durfde er niet tegen in te gaan. Een benoeming tot koninklijke treinopsteller was beslist een grote eer. ‘Dat is goed, hoogheid,’ zei hij daarom uiteindelijk maar,’ ik zal snel voor u beginnen.’

En zo begon Pol met het bouwen van nog meer treinen voor de koning. Het ging zo goed dat hij zelfs nog meer mensen aannam en zijn treinenbouwers werkplek flink groter werd. Pol werd een man met een vlinderdas. Het ging jaren goed, totdat een van de jongere treinbouwers naar hem toe kwam. ‘Het goud voor de ramen, meneer Pol. Het is bijna op.’  

‘Op? vroeg Pol. ‘Hoe kan dat nou?’

De jongere treinenbouwer haalde zijn schouders op. ‘De koning verbrandt alle oude treinen en nu is er bijna niets meer over.’ Pol besloot om met de koning te gaan praten. ‘Het goud is bijna op,’ zei hij, lichtelijk in paniek. Maar de koning haalde zijn schouders op en nam nog een slokje van zijn honingdrank. ‘Ach,’ zei hij. ‘Misschien kan ik voor één keer de trein nog wel een keer hergebruiken. En jullie mogen ook wel wat goud van mijn oude treinen gebruiken voor ik ze verbrand.’

Pol keek hem met grote ogen aan. ‘Waarom verbrandt u eigenlijk al gebruikte treinen waar ik zo mijn best op heb gedaan? En dat goud hergebruiken. Dat is onmogelijk!’ De koning schudde zuchtend zijn hoofd. ‘Tja. Het verbranden levert tenminste nog wat warmte op en bovendien raakt dan mijn treinenloods niet vol. Nou, iedereen blij.’

Met een slecht gevoel ging Pol naar huis. Al zijn harde werk voor die treinen steeds. Het was ergens te gek voor woorden. Pol voelde dat er iets moest veranderen, maar hij wist nog niet zo goed wat. Ondertussen gingen de treinenbouwers gewoon verder met het opstellen en bouwen van meer koninklijke treinen. ‘Ik wil dit niet meer,’ zei Pol hardop. Hij ging wat praten met de leverancier van het hof, de dienstdame van de koning en zelfs met rechterhand van de koning. Ze wisten allemaal niet goed wat ze er mee moesten doen. De leverancier zei dat het aan de leveranciers van het goud lag en de dienstdame gaf de koning de schuld en de rechterhand van de koning zei dat Pol en de treinenbouwers allang hadden moeten stoppen met treinen bouwen. En weer iemand anders van het hof zei dat de mensen uit de treinenloods allang hadden moeten stoppen met het verbranden van treinen. Iedereen vond het wel een probleem, maar niemand had echt de oplossing ervoor.

Pol dacht en dacht maar. Uiteindelijk hing hij zijn vlinderdas aan de kapstok. Het was genoeg geweest met het bouwen van koninklijke treinen. Pol besefte dat als hij iets wilde veranderen, dat hij dan moest beginnen bij zichzelf.

Zo begon Pol zijn zoektocht naar oplossingen. Hij bouwde wat koninklijke treinen van wagonnetjes die je ook weer makkelijk uit elkaar kon schroeven na de reis van de koning. Maar hij ontdekte ook een manier waarop je een deel van het goud weer kon hergebruiken. Al was dat wel wat lastig misschien. ‘Wat een goed werk Pol,’ zei de hofleverancier, toen Pol emmers vol goud weer terug naar de bouwloods bracht. ‘Zoiets zou ik nooit kunnen bedenken.’                                          

‘Ach,’ zei Pol. ‘We zijn er nog lang niet en ik kan het nooit alleen. Maar iedere actie is een stapje in de goede richting.’

De hofleverancier was wel onder de indruk en een tijd later besloot hij om in de afgedankte treinen van de koning kinderen rondjes te laten rijden. Ze hadden de dag van hun leven. Zo inspireerde Pol steeds meer mensen die allemaal een positieve bijdrage leverden aan het treinprobleem. Nou ja, probleem. Pol sprak nooit over problemen. En zo was er eens een man die treinenbouwer was. Zijn naam was Pol en hij was zeer geliefd man door iedereen. Maar behalve een treinenbouwer, was Pol nu ook een bruggenbouwer. Hij sloeg bruggen tussen de mensen om zich heen, zodat eigenlijk iedereen wel met elkaar verbonden was. Soms was het lastig om het goud opnieuw te vinden.

Maar als je samen het juiste spoor volgt, kom je al een heel eind. Onderweg in de goede richting.

And everything was made for you and me
All of it was made for you and me
‘Cause it just belongs to you and me
So let’s take a ride and see what’s mine

Iggy Pop ~ The Passenger (1977)